logo

 Onderzoek         Contact  FAQ

Is insulineresistentie mede verantwoordelijk voor het metabool syndroom?

Insulineresistentie – de verminderde gevoeligheid voor het hormoon insuline – lijkt een belangrijke centrale factor te zijn voor het metabool syndroom. Het wordt ook wel het insulineresistentie syndroom genoemd. De WHO definieert het metabool syndroom als een aandoening waarbij ten minste sprake is van insulineresistentie of verlaagde glucoseintolerantie, alsook minimaal twee van de andere genoemde symptomen.

Diabetes type 2 (de niet-insuline afhankelijke vorm van diabetes mellitus) wordt in het beginstadium gekenmerkt door insulineresistentie, vaak in combinatie met compensatoire hyperinsulinaemie. Dit houdt in dat de alvleesklier probeert de progressieve stijging van de bloedglucoseconcentratie af te remmen door meer insuline af te geven. Dit is met name zichtbaar na een koolhydraatrijke maaltijd en bij de toepassing van de orale glucosetolerantietest. Die test wordt gebruikt voor de diagnoses glucoseintolerantie, insulineresistentie en diabetes type 2.

Bij insulineresistentie zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Insuline is nodig om glucose uit het bloed op te nemen in insulinegevoelige cellen zoals spiercellen. In de cel wordt glucose vervolgens geoxideerd of opgeslagen als glycogeen. Door afname van het aantal insulinereceptoren of verminderde gevoeligheid van de receptoren neemt het bloedglucosegehalte toe.

Meer informatie:
Balkau B, Charles MA, Drivsholm T, Borch-Johnsen K, Wareham N, Yudkin JS, Morris R, Zavaroni I, van Dam R, Feskens E, Gabriel R, Diet M, Nilsson P, Hedblad B; European Group for the Study of Insulin Resistance (EGIR). Frequency of the WHO metabolic syndrome in European cohorts, and an alternative definition of an insulin resistance syndrome. Diabetes and Metabolism 28 (2002) 364-376

Zie ook onze position paper Metabool Syndroom (2013).

Nieuwsbrief: suiker in perspectief

sip42

Kinderen is het thema van ‘Suiker in Perspectief’ editie 42. De eerste 1000 dagen van een kind zijn bepalend voor de rest van zijn leven, vertelt prof. dr. Tessa Roseboom. ‘Er is geen gemakkelijke oplossing om de groenteconsumptie van kinderen te verhogen’, aldus onderzoeker Vera van Stokkom (Msc). ‘Maar kindervoorkeuren zijn te veranderen.’ Lees ook de interviews met onder andere dr. ir. Astrid Postma-Smeets over de Schijf van Vijf die jonge kinderen weinig speelruimte biedt en met prof.dr. Cor van Loveren: ‘Ik vind het opvallend dat mondgezondheid bij kinderen in de afgelopen jaren niet beter is geworden.’

Nieuwe Infokicks: informatieve filmpjes over suiker

Maakt suiker nu dik of niet? Is suiker verslavend? En waarom zit er eigenlijk suiker in voedingsmiddelen? Om uitleg en antwoord te geven op dergelijke vragen heeft Kenniscentrum suiker & voeding in samenwerking met wetenschappers op dit gebied een vijftal informatieve filmpjes gemaakt.

Bekijk alle infokicks

Informatiemap

informatiemapBent u diëtist, voedingskundige intermediair of beleidsmaker? Dan biedt de informatiemap van Kenniscentrum suiker & voeding u achtergrondgegevens zoals samenvattingen van wetenschappelijke literatuur, verschillende position papers en factsheets. Abonnees ontvangen enkele keren per jaar een update van (delen van) de inhoud.

Vraag gratis aan

deel deze pagina